Woongezond
Wij meten waar vocht en schimmel in een woning vandaan komen
Vocht en schimmel in huurwoningen zijn een groot maatschappelijk probleem: bijna een op de drie corporatiehuurders heeft er last van. Ons doel is om samen met bewoner en corporatie tot een gezonder huis te komen, en daarom krijgt iedere partij advies over de eigen verantwoordelijkheid. De bewoner wordt positief gecoacht en ziet wat zijn of haar gedrag oplevert, de corporatie ziet hoe haar woningen er bouwkundig voor staan en kan ingrijpen voordat het misgaat.


Wat de bewoner in de app kan
- Zien hoe fris, vochtig en warm het nu is, in gewone woorden
- Een tip krijgen die vandaag helpt
- Terugkijken welke nacht het misging en wat hielp
- De kans op schimmel deze winter zien, en waar die van afhangt
- Melden wat er gebeurde, zodat de meting klopt
- Bezwaar maken tegen wat de verhuurder te zien krijgt
Schimmel is het meest gemelde woonprobleem, en bijna altijd gaat de discussie over de oorzaak
In de sociale huur heeft bijna een op de drie huishoudens last van vocht of schimmel, en dat aandeel groeit. Wie het meldt, hoort nogal eens dat het aan het stoken of het luchten ligt, terwijl uit de registratie van de Amsterdamse corporaties blijkt dat de woning zelf bij drie op de vier meldingen meespeelt. Zolang niemand weet wat er precies speelt, blijft het bij schoonmaken, schilderen en een half jaar later weer bellen.
| 29% | van de corporatiehuurders heeft last van vocht of schimmel. In 2021 was het nog 24%. | WoON 2024 |
|---|---|---|
| 58% | van bijna 20.000 Amsterdamse schimmelmeldingen had volgens de corporaties zelf alleen een technische oorzaak. Bij 18% speelden woning en gebruik allebei mee, bij 24% alleen het gebruik. | Monitor Amsterdam |
| 46% | van de huurders die na zo'n melding werden nagebeld, had het probleem drie maanden later nog, of opnieuw. | Monitor Amsterdam |
| 30–50% | meer luchtwegklachten en astma bij mensen die in een vochtig of beschimmeld huis wonen. | WHO · Fisk e.a. |
Alle cijfers die we gebruiken staan met bron en kanttekening op de cijferpagina.
Een sensor in huis, en voor iedereen een ander scherm
De bewoner
Onze eigen sensor past in een hand en volgt het binnenklimaat de hele dag door. In de app ziet de bewoner hoe vochtig het nu is, welke nacht het misging en wat vanavond helpt. We schrijven dat in gewone woorden als fris, muf, droog of vochtig, zonder grafieken waar je eerst een cursus voor nodig hebt en zonder percentages over hoe slecht het huis is. Percentages gebruiken we alleen voor de verbetering die de bewoner zelf bereikt, omdat dat motiveert.
De corporatie
De corporatie ziet per woning hoe groot het schimmelrisico is en of het aan de woning ligt, aan de bewoning of aan allebei. Ze krijgt daarvan een overzicht zonder meetgegevens, en dat is genoeg om te beslissen waar ze eerst heen gaat en wat daar helpt.
De gemeente
Gemeenten hebben een inspanningsverplichting bij vocht en schimmel en steken er veel geld in. Dan wil je weten waar de problemen zitten, waarom ze daar zitten en welke oplossing werkt. Wij laten dat zien per wijk, bouwperiode en soort verhuurder, altijd over minstens tien woningen tegelijk, en meten of de aanpak uit de prestatieafspraken iets oplevert.
Zelf ontworpen, zelf gebouwd
De sensor hebben we zelf ontwikkeld, van de behuizing tot de software erin. Hij hangt in de slaapkamer, maakt geen geluid, heeft geen camera en geen microfoon, en heeft alleen de wifi van de woning nodig. Ophangen en installeren kost een opzichter vijf minuten.
De behuizing die je hier ziet is nog niet de laatste. We werken aan een vriendelijkere vorm die thuis niet aanvoelt als een meetapparaat, met een lampje dat laat zien of het fris is in huis. Voor het belangrijkste hoef je dan geen app te openen.
Twee momenten om te meten
Bij een mutatie, als de woning toch al leeg is
- Ophangen bij de sleuteloverdracht. De opzichter hangt de sensor in de slaapkamer en scant een QR-code.
- Drie tot vier maanden meten. Metingen in het stookseizoen geven het beste inzicht, want in de zomer zie je koude plekken nauwelijks. Meten we toch in de zomer, dan maken we op basis van de data een voorspelling voor de koudere maanden. In de meetperiode laat de woning zien hoe snel de lucht ververst, hoe koud de hoeken worden en hoeveel vocht erbij komt.
- De nieuwe bewoner krijgt persoonlijk advies. We laten zien wat zijn of haar gedrag kan bijdragen aan een gezonder huis, en de bewoner ziet zelf of het werkt.
- De corporatie overziet haar bezit. Na verloop van tijd ziet ze per complex en bouwperiode hoe het ervoor staat, en weet ze al voordat er schimmel ontstaat waar een ingreep nodig is.
Na een klacht
- Kijken wat er aan de hand is. Een inspecteur komt langs, zoals nu ook gebeurt. Soms maken de foto's van de bewoner het al duidelijk genoeg.
- Zichtbare schimmel weg, sensor erin. Schimmel is slecht voor de gezondheid, dus de zichtbare schimmel wordt snel weggewerkt. Op dat moment hangt de opzichter de sensor op.
- Een paar weken meten. Daarna is duidelijk of het aan de woning ligt, aan de bewoning of aan allebei, en dus of een bouwkundige ingreep nodig is of dat de eerste stap bij de bewoner zelf ligt.
- Blijven meten. Na de ingreep of het advies meet de sensor nog weken tot maanden door. Dan zie je of het werkt, zonder dat iemand opnieuw langs hoeft te komen om dat te beoordelen.
De rekenregels erachter komen uit de bouwfysica en bestaan al tientallen jaren. Wij passen ze maandenlang per woning toe en maken daar één uitkomst van die bewoner en corporatie allebei begrijpen. Meer over de aanpak.
Woning, bewoning of allebei
De meting laat zien of het vocht vooral door de woning komt, door hoe er gewoond wordt of door allebei. Bewoner en corporatie willen allebei een droog en gezond huis, dus we wijzen geen schuldige aan en sturen op adviezen waar partijen ook echt wat mee kunnen. Het doel is dat we samen tot een gezonder huis komen. Iedere partij wordt daarom geadviseerd over de eigen verantwoordelijkheid: de corporatie over wat er aan de woning moet gebeuren, de bewoner over wat zijn of haar gedrag kan bijdragen.
Ook voor de bewoner is het goed om te weten of de bewoning meespeelt. Een nieuwe ventilatiebox helpt niet zolang er meer vocht in huis komt dan eruit gaat, en dan is de bewoner beter af met advies dat wel werkt. Blijkt na een tijd dat het niet genoeg is, dan kijkt de corporatie alsnog wat ze aan de woning kan doen.
De mensen die er wonen, corporaties en gemeenten
- Bewoners
- Voor wie het huis fris en gezond wil houden en wil zien wat helpt. Zonder bewoner die de sensor laat hangen is er geen meting, en daarom is de bewoner voor ons de eerste gebruiker.
- Woningcorporaties en verhuurders
- Voor wie wil weten welke woningen een probleem hebben voordat de melding komt, en bij een melding wil kunnen laten zien wat er aan de hand is zonder dat het een welles-nietes wordt.
- Gemeenten en GGD
- Voor wie moet verantwoorden of de aanpak van vocht en schimmel werkt, en daar liever gemeten cijfers voor heeft dan meldingen en enquêtes.
Wat er speelt
- We zoeken partners voor een pilot vanaf begin 2027
Een aantal corporaties, en daarnaast gemeenten, GGD's of kennisinstellingen die dit met ons willen onderzoeken. Wat we vragen en wat u terugkrijgt.
- Derde Amsterdamse monitor: bij drie op de vier meldingen speelt de woning mee
De cijfers van zes corporaties over bijna 20.000 meldingen staan nu, met bron en kanttekening, op de cijferpagina.
- De eerste acht sensoren hangen
Bij vrienden en kennissen, in woningen van vóór 1945 tot na 2000. Deze winter vergelijken we de uitkomsten met inspecties.
Tien woningen in de pilot, deze winter de toets
We zijn in de zomer van 2026 begonnen bij vrienden en kennissen, in woningen van vóór 1945 tot na 2000, en inmiddels draait de pilot bij tien woningen in Amsterdam. De sensor, de firmware en de software hebben we zelf gebouwd. Het schimmelmodel is gebaseerd op de bouwfysische normen (ISO 13788, de VTT-schimmelindex). Deze winter leggen we het naast wat een inspecteur in diezelfde woningen aantreft.
Dat sensoren meldingen of kosten omlaag brengen, heeft nog niemand onafhankelijk aangetoond, ook de grote Britse aanbieders niet. Wij willen daar in Nederland als eerste een antwoord op geven. Daarvoor zoeken we een aantal corporaties die vanaf begin 2027 met ons een grotere pilot willen doen, met een vergelijkingsgroep, en een gemeente, GGD of kennisinstelling die de uitkomst van buitenaf beoordeelt.
Jeroen en Jan van Oostendorp
Jeroen van Oostendorp
Techniek, data en hardware
Ingenieur en techneut met meerdere jaren ervaring als data scientist in het bedrijfsleven, waar hij van ruwe sensordata voorspellingen maakte waar mensen op durfden te vertrouwen. Hij is enthousiast over AI, maar kritisch over wat het wel en niet moet beslissen. Bij Woongezond heeft hij de sensor ontwikkeld en bouwt hij de modellen en het platform.
Jan van Oostendorp
Corporaties, vastgoed en gemeente
Werkte bij verschillende vastgoedpartijen en werkt binnen de gemeente voor de afdeling Vastgoed. Daardoor weet hij hoe een mutatie loopt, wat een opzichter wel en niet kan en hoe gemeentes kunnen handelen bij ingewikkelde vraagstukken. Bij Woongezond is hij het aanspreekpunt voor corporaties, gemeenten en technische adviseurs, en houdt hij Jeroen bij de vraag of iemand hier echt iets mee kan.